Trots op wat GBI heeft bereikt

Interview Irma Woestenberg & Peter Teesink,
Aftredend voorzitter en voorzitter


20 augustus 2018

Irma Woestenberg heeft in juni de voorzittershamer van de deelnemersvergadering van GBI overgedragen aan Peter Teesink. Beiden deelnemers van het eerste uur en vurige pleitbezorgers van samenwerking tussen gemeenten. Ze zijn trots op wat GBI heeft bereikt. Inkomen is het meest complexe thema dat gezamenlijk is opgepakt. Daar werken 15 gemeenten ruim vier jaar intensief op samen. Voor enkele deelprocessen zijn nu ook goede oplossingen beschikbaar. Dat is niet de enige winst. De samenwerking levert interessante spin-offs op. Binnen het domein Inkomen, maar ook daarbuiten.


Irma is gemeentesecretaris van Den Bosch en tevens voorzitter van de taskforce Samen Organiseren van de VNG. “De digitalisering biedt alle mogelijkheid om kennis uit te wisselen. Dat is ook nodig, want gemeenten werken steeds integraler. Dat vraagt om openheid. Die openheid maakt meer samenwerking mogelijk èn nodig. Bovendien bereiken we met elkaar veel meer en kunnen we beter voldoen aan de verwachtingen van burgers over onze digitale dienstverlening. Samen zijn we in staat om een kwaliteit te halen zoals die van Bol.com. Een individuele gemeente lukt dat niet, is mijn stellige overtuiging.”

Versterken lokale uitvoeringskracht


Peter is gemeentesecretaris van Groningen, voorzitter van de deelnemersvergadering van GBI en tevens voorzitter van de raad van commissarissen van Dimpact. 33 gemeenten werken in Dimpact samen op het gebied van digitalisering. “Samenwerking staat maatwerk absoluut niet in de weg. Integendeel. Iemand die in de bijstand zit, gaat ervan uit dat hij elke maand zijn geld op tijd krijgt overgemaakt. Voor die inwoner is het systeem achter die betaling niet relevant. Door samen te ontwikkelen wat standaard is voor elke gemeente, ontstaat er meer ruimte voor zaken die specifiek zijn voor elke gemeente. Daar kunnen we maatwerk leveren, bijvoorbeeld in de begeleiding van groepen die de aansluiting dreigen te missen. Zo kunnen we het verschil maken en de lokale uitvoeringskracht versterken.”

Irma kijkt met tevredenheid terug op haar voorzitterschap. “Het is gelukt om tot een duurzame samenwerking te komen tussen 15 gemeenten op Inkomen. En zeer belangrijk: voor 100% gedragen door de inhoudelijke mensen, ondersteund door ICT. Ondertussen liggen er voor een aantal processen goed werkende oplossingen. GBI is verreweg het meest gecompliceerd en van alle gemeenschappelijke initiatieven het verst gevorderd. Het is verheugend om samenwerking op zo’n gecompliceerd terrein voor elkaar te krijgen.

Ik ben ook blij met de relatie die ontstaan is met Samen Organiseren. GBI begon als soloproject. Gaandeweg realiseerden we ons dat de standaardisatie en digitalisering van andere processen raakvlakken heeft met Inkomen. Gegevens die je voor Inkomen nodig hebt, kunnen ook voor andere domeinen nodig zijn. Daar moet je samen én in samenhang naar kijken. GBI heeft het afgelopen jaar nadrukkelijk aangegeven daar onderdeel van te willen zijn.”

Interessante initiatieven

“Natuurlijk waren er ook moeilijke momenten”, gaat Peter verder. “In het begin waren we te optimistisch over het tempo. Het proces was toch ingewikkelder dan vooraf was bedacht. Het tempo is ook beïnvloed door nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Nu redeneren we bijvoorbeeld niet meer vanuit één geïntegreerde totaaloplossing zoals we bij de start deden, maar werken we aan een gemeenschappelijke basis van gedigitaliseerde standaardprocessen en aan een gemeenschappelijke informatie-architectuur. Parallel aan wat de G4 ontwikkelt, zijn we daardoor in staat verbeteringen in onze systemen door te voeren. Ook zien we dat de markt het oppikt en dat daar ook interessante initiatieven ontstaan. We houden elkaar nog steeds stevig vast binnen GBI. Dat vind ik mooi.”

Irma geeft aan dat de focus van GBI dezelfde is gebleven. “Het ging en gaat om een substantiële verbetering van de processen rond de inkomensvoorziening. Om verbetering van de efficiëntie en de dienstverlening aan bijstandscliënten. Het kost tijd om zo’n complex stelsel opnieuw te bedenken, te beschrijven en vervolgens ook nog eens te vertalen naar de eisen voor ICT. Je plukt tussentijds natuurlijk wel de vruchten van de resultaten in de vorm van een betere dienstverlening, maar de opbrengsten in tijd en geld zijn nog niet spijkerhard.”

Gedragen governance

Peter wijst op een andere uitdaging. “Met GBI willen we nu eerst doorgroeien naar 20 deelnemers en daarna naar nog veel meer: we zijn er voor alle gemeenten. We zullen nog veel met elkaar moeten discussiëren over de governance. Hoe ga je straks om met toetreders, met uittreders, of free riders? Je streeft naar een goede balans in wat iedereen bijdraagt, ook inhoudelijk. En hoe gaan we, wat we hebben ontwikkeld met een aantal gemeenten, maar bedoeld is voor alle gemeenten, beheren en organiseren? Het is ingewikkeld omdat je wilt dat gemeenten zich eigenaar blijven voelen, want dat is de kracht van GBI. We zijn voor en van de gemeenten.”

Irma wijst op het concept Common Ground dat vanuit Samen Organiseren is ontstaan; de inrichting van de digitale gemeente van de toekomst. “Zowel Common Ground als GBI willen de informatiehuishouding zo inrichten dat gegevens, bedrijfslogica en gebruikersinterface flexibel met elkaar in verbinding staan. Common Ground doet dat gemeentebreed. GBI was daar al mee gestart vanuit Inkomen. Voor het domein Inkomen gaan Common Ground en GBI hier gezamenlijk verder aan werken. Dat sluit goed aan omdat we ook bij GBI denken langs dit soort moderne inrichtingsprincipes. We werken toe naar authentieke bronnen voor gegevens, die meervoudig gebruikt kunnen worden. Er is nog wel veel werk te doen, want sommige gegevensbronnen zijn nu direct gekoppeld aan de processen, en dat moeten we uit elkaar halen. De gegevens van de gemeenten blijven straks bij die gemeenten en worden niet meer lukraak gekopieerd naar iedere toepassing die de gegevens nodig heeft.”

Loflied op samenwerking

GBI heeft sowieso ook veel nuttige spin-offs gehad, ervaart Peter. “Steeds vaker wordt onze bijdrage gevraagd bij andere initiatieven zoals recent nog bij een oplossing voor de schuldhulpverlening. GBI heeft het bijkomende voordeel dat er een goede reden is om elkaar te ontmoeten. Uit die ontmoetingen ontstaan spontaan weer nieuwe samenwerkingen. Zo werken wij in Groningen nu samen met Rotterdam. Misschien geografisch niet voor de hand liggend, maar vanuit de vergelijkbaarheid van onze problematieken, juist wel weer logisch. Dus los van de voordelen van GBI ontstaan er voor mijn gemeente ook op andere terreinen samenwerkingen die we op enig moment weer in Samen Organiseren kunnen pluggen. Zo mooi kan samenwerking zijn.”